Er ligt een aanvraag in je inbox. Interessante klant, mooi budget, precies je werk. En toch voelt iets niet goed. De vraag die dan opkomt: is dit mijn intuïtie die iets weet, of is het gewoon angst voor iets nieuws?
Ik krijg deze vraag misschien wel het vaakst. En het is een belangrijke, want als je ze door elkaar haalt, ga je op de verkeerde momenten nee zeggen. Of erger: op de verkeerde momenten ja.
Angst praat snel. Intuïtie praat rustig.
Angst heeft altijd haast. Ze rammelt. Ze somt op waarom iets vast fout gaat, met veel woorden, veel scenario's, veel als-dan-als. Ze wordt luider als je langer nadenkt.
Intuïtie doet het omgekeerd. Ze zegt kort iets, en dan is ze stil. Ze wordt niet luider als je gaat piekeren. Ze blijft gewoon staan waar ze staat, ook als je er tien voors en tegens naast legt.
Drie vragen die het verschil maken
Als een keuze op je bordje ligt, stel je jezelf deze drie:
Eén. Als niemand het ooit zou weten, zou ik dit dan doen? Angst leeft van andermans blik. Intuïtie niet.
Twee. Waar zit dit in mijn lijf? Angst zit hoog, in je borst en je adem. Intuïtie zit lager, in je buik of je heupen. Niet altijd, maar vaak genoeg om het te gebruiken als check.
Drie. Als ik hier morgen weer naar kijk, is deze stem er dan nog? Angst is er vandaag heftig en morgen half verdampt. Intuïtie is er dan nog steeds, in precies hetzelfde toontje.
Een voorbeeld uit de praktijk
Een klant kreeg vorig jaar een aanbod om te spreken op een groot congres. Angst zei: te groot voor jou, ze gaan doorhebben dat je het niet aankunt. Ze wilde afzeggen. We gingen door de drie vragen.
Als niemand het zou weten, zou ze het dan doen? Ja. Waar zat de weerstand? Hoog in haar borst, met een korte adem. En de dag erna? Toen was ze alleen nog nieuwsgierig. De angst was weg, alleen de zenuwen bleven.
Ze zei ja. Het werd een van de beste beslissingen van haar jaar. Niet omdat de talk perfect ging, maar omdat ze wist waar het ja vandaan kwam.
Beslissen wordt lichter zodra je weet welke stem er praat.
Je hoeft niet elke keuze goed te maken. Je hoeft alleen te weten of je hem maakt vanuit je eigen midden, of vanuit iets wat je van vroeger geleerd hebt te vrezen.
